Hugo Broos, Jacky Mathijssen en Jan Ceulemans zitten alle drie zonder werk. De drie Belgische trainers hebben heel wat ervaring in de
Jupiler Pro League, maar desondanks kiezen de Belgische ploegen voor buitenlanders.
Het Nieuwsblad sprak met het drietal.
"We hebben misschien een perceptieprobleem – al dan niet gevoed door de media – dat wat uit het buitenland komt beter is", begint Mathijssen. "Hoeveel artikels zijn er wel niet verschenen over hoe goed Ron Jans voor Standard wel niet was? Als Hugo Broos in die job was begonnen zou je niet hetzelfde gelezen hebben. Dat stoort me."
"Dat is een gebrek aan chauvinisme. Typisch Belgisch ook. Het respect voor wat je gepresteerd hebt, vervaagt ongelofelijk snel. In het buitenland is dat niet zo", gaat Broos verder.
Mathijssen: "Wij als Belgische trainers vragen alleen dat wij even correct worden benaderd als de buitenlanders. Wat we nu missen is een natuurlijke doorstroom. Normaal slaag je als Belgische trainer bij een middenmoter en groei je van daaruit door naar een topclub. Maar die posities zijn geblokkeerd door buitenlanders. Daardoor zit Peter Maes nog in Lokeren. En blokkeert hij op zijn beurt weer een plaats voor jongere trainers."
"Hoe komt Club bij Garrido uit, vraag ik me af", is de mening van Ceulemans. "Dat kan toch niet via Verhaeghe gaan? Dat gaat toch via managers? Ik dacht dat ze een naam gingen nemen. Maar Garrido is geen naam. Om nog een voorbeeld te geven: Bob Peeters. De ene dag wordt hij ontslagen bij de laatste, om een paar dagen later aan de slag te gaan bij een club uit de top vijf. Welke logica zit daar achter?"