RSC Anderlecht haalde de afgelopen twee seizoenen drie grote talenten weg bij KRC Genk. Dat zal in Brussel deugd doen, want de afgelopen jaren toonde Genk dat ze niet langer een club zijn die onder moet doen voor de Belgische recordkampioen. In drie dossiers beten ze in Brussel in het zand en dat zal nog altijd hard aankomen in het Lotto Park.
Fredberg maakt kennis met 'Belgische makelaars'
Tolu Arokodare was een van de eerste transferdossiers van Jesper Fredberg. De spits legde medische testen af bij Anderlecht, maar werd alsnog een spits van KRC Genk. Tijdens die mercato kreeg Fredberg meteen te maken met bepaalde makelaars die duidelijk lieten weten hoe het werkt in het Belgische voetbal. Dat was ook zo in het dossier met Harry Toffolo. Fredberg leerde daar nadien wel uit.
Genk betaalde 5 miljoen euro en wist RSCA zo te snel af te zijn. Wouter Vrancken gaf Tolu weinig vertrouwen, nochtans waren de cijfers inzake goals/assists per gespeelde minuten goed. Vrancken kreeg Tolu niet echt mee in zijn verhaal, Thorsten Fink des te meer. De Duitser is dan ook een topcoach en Tolu is ondertussen uitgegroeid tot een absolute smaakmaker in de JPL. Hij zal in de zomer wellicht meer dan 15 miljoen euro opleveren, al heeft RSCA met Kasper Dolberg ook zo een spits rondlopen.
Dossier Karetsas
Het dossier van Tolu zal dus niet zo héél hard voor knarsetanden zorgen in Brussel, dat van Konstantinos Karetsas wel. Hij kwam in 2020 naar Anderlecht, toen Jean Kindermans en Vincent Kompany er de sportieve bazen waren. Maar in 2022 ontplofte er twee bommen: Kompany werd naar de uitgang geduwd, net als Kindermans. Totale impasse op Neerpede en bij de eerste ploeg. Karetsas werd 15 jaar en dat zijn vandaag de dag cruciale periodes. Dan kan je in België je eerste profcontract tekenen.
Dimitri De Condé zette hard in op het dossier en profiteerde van de impasse die de Anderlecht-top zelf creëerde. Niemand wist welke richting RSCA zou uitgaan en Genk bood een strak sportief en financieel plan in alle stabiliteit. Dat is de grote reden waarom Karetsas terugkeerde. Uiteraard was er zijn ook wel speciale band met Genk, maar het totale plaatje klopte daar vooral beter. Onder meer omdat het Anderlecht van 2020, waarvoor hij toen koos, helemaal niet meer het Anderlecht van 2022-2023 was. Karetsas moet op termijn vlot het transferrecord van 25 miljoen euro verbreken. RSCA verloor in 2022-2023 dus met Kompany en Karetsas het grootste Belgische trainers- én spelerstalent.
Gemis van Smets
En dan is er Matte Smets. Hij moest de opvolger worden van Zeno Debast. Een koopje van 2,25 miljoen euro vanwege de clausule. RSCA sprak met hem, maar KRC Genk won het pleit. Smets bleef nog liever in zijn omgeving en met Fink had hij een topcoach die mee de overstap maakte van STVV. Anderlecht ving bot. Een zware tegenvaller, zo blijkt. Jan-Carlo Simic doet het degelijk dit seizoen, maar Smets is met zijn uitvoetballend vermogen een speler die Anderlecht nu héél erg mist.
Bovendien is hij defensief ook zeer goed en is hij een van de beste verdedigers in de Jupiler Pro League. Hij lokt al stevig interesse vanuit de Premier League en zijn transferprijs wordt richting dat van Zeno Debast geschat: 15 à 20 miljoen euro.